Indoor

JAARLIJKS PUNTENSYSTEEM ACA-INDOOR

A. Budget : Zie lijst – bedrag te verdelen volgens behaalde punten en daaruit volgende rangorde

B. Voor wie : Alle officiele indoorprestaties vanaf cadet

C. Periode : Indoor – tussen 1 november en 31 maart

D. Parameters : punt 1 t/m punt 6

1. Indoorkampioenschappen (cumul / punten deelname & R.finale is éénmalig per kampioenschap, podiumpl cumul per proef)

AC / SEN

deeln

CAD/SCHOL/JUN/BEL

deeln

MASTERCAT.

deeln

1ste 2de 3de Fin(8) R.Fin 1ste 2de 3de Fin(8) R.Fin 1ste 2de 3de Fin(8) R.Fin
1.1 L K

25

20

15

10

25

20

15

10

25

20

15

10

1.2 K V V

120

80

60

40

30

80

60

40

30

20

40

30

20

15

10

1.3 B K

180

120

90

70

40

120

80

60

45

30

60

50

40

30

20

1.4 E K

300

240

200

140

100

200

150

130

75

65

100

80

70

60

20

1.5 W K

400

300

240

200

160

260

200

160

100

85

130

120

90

75

20

2. Individuele selectie Interland – Interprovinciaal (deelnamepunten éénmalig per wedstrijd, podiumplaatsen cumuleerbaar)

AC / SEN

deeln

CAD/SCHOL/JUN/BEL

deeln

MASTERCAT.

deeln

1ste 2de 3de 1ste 2de 3de 1ste 2de 3de
2.1 Prov. sel

35

30

25

20

30

25

20

15

25

20

15

10

2.2 Belg.sel

120

80

60

40

80

60

40

30

60

40

30

20

3. Records (cumul)

Punten bij verbetering voor de nieuwe recordhouder op het einde v/h seizoen

AC / SEN

CAD/SCHOL/JUN/BEL

MASTERCAT.

3.1 Clubrec

10

10

10/5

3.2 Limb. rec

60

40

20/10

Punten per verbetering/per atleet/per proef (in één wedstrijd door meerdere atleten kan ook)

AC / SEN

CAD/SCHOL/JUN/BEL

MASTERCAT.

3.3 Belg. rec

200

140

70

3.4 Europ. rec

300

200

100

3.5 Wereld rec

400

280

140

4. Deelname aan maximum 5 (vijf) indoormeetings (uitgezonderd ACA-organisaties en kampioenschappen)

AC / SEN

CAD/SCHOL/JUN/BEL

MASTERCAT.

4.1 per deelname

10

10

10

5. ACA – Indoorwedstrijd

AC / SEN

CAD/SCHOL/JUN/BEL

MASTERCAT.

5.1 deelname

20

20

20

6. Publiciteit (kranten – vakbladen) met clubtrui

AC / SEN

CAD/SCHOL/JUN/BEL

MASTERCAT.

6.1 Per foto

10

10

10

 

: PUNTEN ” DEELNAMES & FINALEPLAATSEN” SLECHTS EENMALIG PER CATEGORIE & KAMPIOENSCHAP

OPGELET :

Je moet minimum 65 punten behalen en aan minimum 5 indoorwedstrijden deelnemen om in aanmerking te komen voor het eindklassement. Wegens het niet doorgaan van de ACA-indoor zijn dit seizoen 2016 – 2017 reeds 50 punten voldoende samen met 4 indoorwedstrijden om in aanmerking te komen voor het puntensysteem.

REGLEMENT INDOOR-CRITERIUM

1. Indoorkampioenschappen

1.1 Limburgse Kampioenschappen

Voor deelname, finales (6 of 8) of finaleplaatsen (8) krijgen atleten per kampioenschap éénmalig punten, of ze nu aan één of aan meerdere proeven deelnemen. Op alle niveau’s trouwens zitten bij een podium- of finaleplaats steeds de deelnamepunten reeds vervat. Deelnemen aan 2 proeven betekent géén 20 (2 x 10) maar slechts 10 punten.

Podiumplaatsen op al deze Limburgse kampioenschappen zijn echter wel cumulatiefvb. Atleet X neemt deel bij het LK indoor aan 2 proeven. Nergens haalt hij een podium. Hij ontvangt hiervoor in totaal 10p. Atleet Y neemt deel aan 2 proeven en haalt 1 x goud en is éénmaal 5de. Hij verdient 25p. Atleet Z wint 2 proeven , hij ontvangt 50p.

1.2 Vlaamse kampioenschappen

Voor deelname en finales of finaleplaatsen bij de Vlaamse en Belgische Kampioenschappen ontvangen de atleten éénmalig een aantal punten per kampioenschap. Twee finaleplaatsen zouden anders minsten evenveel punten opleveren als één zilveren medaille en dat kan niet de bedoeling zijn. De punten voor medailles zijn echter wel cumulatief per proef.

1.3 Belgische kampioenschappen

Zie 1.2 Vlaamse kampioenschappen

1.4 Europese kampioenschappen

Deelname en rechtstreekse finale EK of WK leveren éénmalig per kampioenschap punten op. Voor masters is deelname / RF niet aan selectievoorwaarden verbonden. Hier worden daarom niet méér punten toegekend dan voor deelname / RF op het BK, waar er wel een selectienorm is. Vanaf finaleplaatsen is wel een hoger aantal punten voorzien. In verhouding worden bij finaleplaatsen AC wel meer punten toegekend, vermits de concurrentie voor een finaleplaats op een EK of WK “Alle caegorieën” natuurlijk groter en van hoger niveau is dan bij de jeugd of masters.

Punten voor podiumplaatsen zijn wèl cumuleerbaarvb. Senior Z haalt op het EK 2 finales en eindigt 2x 7de. Hij ontvangt géén 280 punten (2 x 140) maar wel éénmalig 140p. Senior Y behaalt 1 x zilver en ontvangt wèl 240p. Master X neemt op het EK deel aan 1 proef en behaalt zilver. Hij ontvangt 120p. Master W neemt deel aan 3 proeven en behaalt geen finales. Hij ontvangt géén 60p (3 x 20), maar wel 1x 20p. Vanaf het seizoen 2008-2009 worden enkel nog de 2 beste prestaties op deze kampioenschappen in aanmerking genomen.

1.5 Wereldkampioenschappen

Zie 1.4 Europese kampioenschappen

2. Individuele selecties

2.1 Provinciale selectie

Punten voor deelname zijn éénmalig, per interland en per interprovinciale wedstrijd. Podiumplaatsen zijn wel cumulatief. Dus 2 x goud tijdens één interland is voor een cadet 2 x punten. Tweemmal zilver tijdens de interprovinciale match is ook 2 x punten voor diezelfde cadet. Indien diezelfde cadet enkel aan 2 proeven deelneemt op een interland is dit slechts 1 x punten.

Indien atleet voor 2 verschillende interland – of interprovinciale wedstrijden op één seizoen wordt geselecteerd krijgt hij bij deelname wèl 2 x de punten voor deelname.

2.2 Belgische selectie

Zie 2.1 – Provinciale selectie

3. Records

3.1 Clubrecord

Twee voorwaarden om punten toegekend te krijgen : – Er moet een verbetering van een clubrecord zijn. Een evenaring levert geen punten op ! Bovendien wordt pas op het einde v/h seizoen uitgemaakt wie eventueel de nieuwe recordhouder is. Ieder clubrecord levert dus (bij verbetering) 1 x per seizoen punten op. De verbeteringen in meerdere proeven zijn cumuleerbaar, maar enkel de nieuwe recordhouder op het einde van het seizoen ontvangt voor dat clubrecord de punten. Dus enkel een atleet die bvb 4 clubrecords verbetert en op het einde van het seizoen nog steeds houder is van deze 4 records, ontvangt 4 x punten voor de 4 nieuwe clubrecords. LET OP : Bij de masters worden de punten voor clubrecords gehalveerd voor proeven waarvoor nog geen clubrecord bestond.  Tevens kan men voor éénzelfde prestatie geen 2 clubrecords vestigen (bv vijfkamp en vijfkamp AF) en ook indien men bij het kogelstoten 2 records verbetert bv 7kg en 6kg, kan er slechts 1 in aanmerking genomen worden.

3.2 Limburgs record

Zie 3.1 clubrecord

Bijkomend feit hier is dat als door één enkele prestatie een atleet én het clubrecord en het Limburgs record zou breken, hij enkel de punten van het hoogste record krijgt toegekend.

Voor één worp of voor één race of tijdens één wedstrijd kan een atleet dus nooit tegelijk de punten krijgen voor een clubrecord en daar bovenop de punten voor een Limburgs Record. Eén Limburgs recordverbetering (einde seizoen) bij Alle Categorieën (automatisch ook een nieuw clubrecord) levert maximaal 60 punten op en géén 70 p. Ook wanneer een atleet eerst het clubrecord en achterna bij een andere gelegenheid ook het Limburgs record breekt, ontvangt hij slechts de punten van het hoogste record.

LET OP : Bij de masters worden de punten voor provinciale records gehalveerd voor proeven waarvoor nog geen provinciaal record bestond.

3.3 Belgisch record

Hier worden er wel punten toegekend per verbetering van een record, maar door éénzelfde atleet, slechts 1 x per wedstrijd (ook bij ER en WR). Atleet X verbetert tijdens een wedstrijd kogelstoten bij de 3de en de 4de poging, telkens opnieuw het Belgisch record. Hij krijgt hiervoor slechts éénmaal de punten.

MAAR : Atleet Y verbetert tijdens een wedstrijd kogel het BR en dezelfde atleet verbetert een maand later opnieuw het BR. Voor deze verbeteringen worden 2 x de punten toegekend.

MAAR OOK : Atleet X verbetert bij de 2de poging het BR (ook voor ER en WR) verspringen en atleet Y verbetert tijdens diezelfde wedstrijd bij de 4de poging het nieuwe BR verspringen. De beide atleten ontvangen de punten voor de verbetering van het BR.

3.4 Europees record

Zie 3.3 Belgisch record

3.5 Wereldrecord

Zie 3.3 Belgisch record.

4. Deelname gewone indoormeeting

Deelname aan maximum vijf gewone indoormeetings levert per meeting 10p op. Ongeacht de prestatie of het aantal proeven waaraan hij deelneemt. Wie dus aan 3 indoormeetings deelneemt in één seizoen (Zonder kampioenschappen of eigen meeting) ontvangt hiervoor 30p. Wie aan 7 meetings deelneemt ontvangt hiervoor nooit meer dan het maximum aantal punten in deze rubriek nl 50p.

Voor officiele indoormeetings enkel voor speciale categorieën (vb. leger – en scholenwedstrijden) telt slechts max. 1 wedstrijd mee voor de punten. Voor het aantal wedstrijden worden ze echter allemaal meegeteld

5. ACA – indoormeeting

Voor deelname aan de eigen ACA-indoorwedstrijd ontvangt de atleet een iets hoger antal punten, ongeacht de prestatie of het aantal proeven waaraan hij deelneemt.

6. Publiciteit

Per foto of beeldmateriaal met clubtrui (sponsor) in een internationale, nationale of regionale krant, tijdschrift op vakblad (atletiekleven, runnersworld, VAL-jaarboek,……) worden aan de atleet punten toegekend. Hij dient wel de originele artikels en het beeldmateriaal zelf te leveren ter inzage en met vermelding van oorsprong, datum en naam van de krant (Alles wordt in originele toestand aan de atleet terugegeven).

BIJKOMENDE VOORWAARDEN : Je moet minimum 65 punten behalen en aan minimum 5 (vijf) indoormeetings deelnemen (inclusief kampioenschappen) om voor het klassement in aanmerking te komen. Wegens het niet doorgaan van de ACA-indoor zijn dit seizoen 2016 – 2017 reeds 50 punten voldoende samen met 4 indoorwedstrijden om in aanmerking te komen voor het puntensysteem.