Onze visie i.v.m. jeugdatletiek

Spelend aanleren van atletiekvaardigheden:
een nieuwe uitdaging


Atletiek staat bekend als een prestatiegerichte sport waarbij de conditionele eigenschappen (algemene talentontwikkeling) en de technische perfectie (specifieke talentontwikkeling) van de atleet bepalend zijn voor de succesbeleving en het daarbij horende resultaat. Trainers in atletiekverenigingen hebben zich dan ook toegelegd op het aanleren en het vervolmaken van de verschillende atletiektechnieken en op het ontwikkelen van de conditionele eigenschappen kracht, snelheid, uithouding, lenigheid en coördinatie in functie van een maximale atletiekprestatie.

Vroeger vormde dit helemaal geen probleem aangezien de meeste jongeren pas tegen de leeftijd van 13 jaar lid werden van een atletiekvereniging, en ze op school een aantal basisvaardigheden (algemene talentontwikkeling) aangeleerd kregen. Tegenwoordig rekruteren de verenigingen echter reeds leden vanaf de leeftijd van 7 jaar. Deze jonge kinderen vormen een grote groep binnen de club. Er dienen daarom ook afzonderlijke begeleiders aangetrokken te worden voor de begeleiding van deze groep

De begeleiding van de jongste atletiektelgen is uiteraard erg verschillend van de training van jongeren en volwassenen. In deze context worden vaak uitdrukkingen als ‘spelend aanleren van atletiekvaardigheden’ gehanteerd, doch de inhoudelijke invulling van deze vorm van jeugdatletiek blijkt in de praktijk al te vaak een kopie van datgene wat bij de training van volwassenen te zien is. In extreme gevallen worden jonge kinderen dan ook onderworpen aan saaie en harde prestatiegerichte trainingen die gebaseerd zijn op de trainingsmodellen die eigenlijk voor volwassen atleten ontwikkeld werden. Een kind mag echter nooit beschouwd worden als een volwassene in miniformaat. Daarom moet een talentontwikkelende aanpak vanaf het prille begin van de atletiekcarrière nagestreefd worden.

 

Een talentontwikkelende aanpak vanaf het prille begin

Mogelijke wantoestanden bij de begeleiding van kinderen kunnen opgelost worden door het competitiegerichte element uit de kindersport te bannen. Dit zou echter een grote fout zijn omdat het zou indruisen tegen de natuurlijke drang van kinderen en jongeren om bij het ontwikkelen van hun talenten te wedijveren met andere kinderen. Sport betekent immers voor heel wat kinderen ‘competitie’ en een aangeboren drang naar competitie zet velen aan tot fysieke activiteit. Bij kinderen opteren wij voor een talentontwikkelend model dat rekening houdt met en respect heeft voor de leefwereld, de verwachtingen, de ontwikkeling … van het kind

Het sportieve talent wordt hierbij ontwikkeld in 4 opeenvolgende fazen

Tussen de leeftijd van 7 tot 11 jaar worden de kinderen in contact gebracht met een zo breed mogelijk gamma van bewegingsvaardigheden (atletiekvaardigheden) en dit vanuit een speelse benadering. Aldus ontwikkelen ze onbewust de conditionele eigenschappen kracht, snelheid , uithouding en lenigheid en worden ze maximaal gestimuleerd in hun motorische ontwikkeling. In de praktijk betekent dit voor een atletiekvereniging bijvoorbeeld dat de kinderen niet enkel op speelse wijze in contact gebracht worden met varianten van lopen, werpen en springen maar tevens ook met tuimelen, klimmen, vangen, kruipen,….

In de leeftijdsgroep van 12 tot 14 jaar volgt de periode van ‘basistraining’ waarin voor het eerst sprake is van ‘training’. Dit betekent dat de jeugdtrainer nu op meer systematische, doch jeugdvriendelijke wijze, zal werken aan de ontwikkeling van een breed gamma van motorische vaardigheden en conditionele eigenschappen. Deze basistraining is slechts gedeeltelijk sporttakspecifiek doch grotendeels algemeen georiënteerd. Op deze leeftijd mag niet te eng worden gewerkt in functie van 1 sporttak (atletiek) of in functie van 1 discipline (speerwerpen, verspringen, afstandslopen,…) De brede aanpak binnen de basistraining vormt dan ook de ideale periode voor de jongere en zijn begeleiders om de specifieke talenten te ontdekken in functie van de verdere planning. In deze periode biedt ook het competitieve aspect veel positieve elementen. De jongere leert zijn eigen talenten te situeren ten opzichte van anderen.

In de leeftijdsgroep van 15 tot 18 jaar is een verdere ontwikkeling van de prestaties binnen de sporttak enkel nog mogelijk door middel van een sporttakspecifieke benadering op het vlak van motorische vaardigheden en conditionele eigenschappen. Verdere talentontwikkeling betekent hier dan ook de keuze voor het competitiemodel, maar vanaf 15 jaar kan de jongere ook opteren voor een recreatieve benadering, gericht op het onderhouden van de reeds ontwikkelde eigenschappen en vaardigheden.

Vanaf 18 jaar kunnen de meest getalenteerde jongeren kiezen voor de specifieke topsporttraining. Anderen zullen hier de verder doorgedreven talentontwikkeling opgeven en overschakelen naar recreatieve sportbeoefening of naar een niet-topsportgerichte competitiebeoefening.

Dit talentontwikkelend model is ook de benadering die wij in onze club gebruiken. We proberen zoveel mogelijk onze trainingen aan te passen aan de mogelijkheden, de verwachtingen en de ontwikkeling van de jonge atleet.